Lesaanbod ‘pluskinderen’ structureel opgezet


“Ik kijk vooral uit naar de filosofielessen”

OBS Garmerwolde besteedt met ingang van komend schooljaar gericht aandacht aan kinderen die meer aan kunnen dan de gemiddelde leerling: zogenaamde ‘pluskinderen’. “Vanaf groep vier wordt het meestal wel duidelijk. Jongere kinderen zijn moeilijker in te schatten. Bij die groepen kun je vaak wel spreken van een ontwikkelingsvoorsprong, maar dat zegt nog niet alles.”

Leerkracht Annemarie Visscher weet waar ze op moet letten bij de ‘meerbegaafde’ kinderen. “Deze kinderen gaat alles makkelijk af. Dat heeft nadelen, want daardoor hoeven ze hun creativiteit en analytische vermogen minder aan te spreken. Ook leren ze onvoldoende hoe ze moeten leren, volgens planningen of strategieën. Maar het is heel belangrijk dat ze zich op deze punten wel ontwikkelen. Anders komen ze in het voortgezet onderwijs onherroepelijk in de problemen.” Volgens Visscher gaat het bij ‘pluskinderen’ lang niet altijd om kinderen die hoog scoren. “Het gaat ook om kinderen die bijvoorbeeld keurig meedoen met de rest, maar minder gemotiveerd zijn, minder uitgedaagd worden en interesse verliezen. Eigenlijk zijn dat dan juist onderpresteerders. Die kinderen doen dit echt niet opzettelijk, het gebeurt onbewust. Het zijn bijna kameleons. Ze zitten er gewoon tussen en vallen niet direct op. Vaak speelt bij deze kinderen ook nog een sociaal-emotioneel aspect een rol. Zij begrijpen de gedachten van andere kinderen niet en andere kinderen begrijpen hen niet. Inzicht in jezelf leren krijgen en leren omgaan met anderen en leren rekening te houden met anderen zijn dan belangrijke aandachtspunten.”

“Wij stellen een einddoel en zij zoeken uit hoe ze daar komen en wat ze er voor nodig hebben”

Visscher heeft inmiddels acht kinderen vanaf groep 4 tot groep 8 op de korrel die ze graag in de ‘plusklas’ wil hebben en er is nog een aantal twijfelgevallen. “Dat is een aardige groep en dus loont het om daar specifiek en structureel aandacht aan te geven, volgens specifieke richtlijnen en methoden. In de praktijk betekent dat dat we speciale projecten gaan doen. Opdrachten die het creatief denkvermogen van kinderen aanspreken zodat ze leren leren en leren nadenken. Ze moeten er presentaties bij maken en die ook voordragen. We werken dan via de top-down benadering: wij stellen een einddoel en zij zoeken uit hoe ze daar komen en wat ze er voor nodig hebben. In de normale lessen wordt meestal precies andersom gewerkt. Ook wil ik aandacht geven aan denksporten zoals dammen en schaken zodat de leerlingen strategisch en oplossingsgericht leren denken. En ik verheug me ook heel erg op de lessen filosofie, ter bevordering van hun emotionele en sociale vaardigheden. Allerlei onderwerpen kunnen we daar bespreken; maatschappelijke onderwerpen of wat er bij hun in de buurt is gebeurd, of iets ‘simpels’ zoals ’wat was er eerder? De kip of het ei’? De leerlingen leren zelf nadenken en discussiëren en beargumenteren. Ze leren dat andere kinderen anders denken en ook andere ‘waarheden’ kennen. Ik zie erg uit naar die discussies!”
De plusklas komt een dagdeel per week bijeen. “Maar ik volg de rest van de week ook hoe de kinderen het in de normale lessen doen en hoe ze zich daar ontwikkelen. Daar kan ik in de plusklas weer bij aansluiten en zo houd ik de voortgang van alle kinderen goed in de gaten.”