Gepersonaliseerd basisonderwijs


OBS Garmerwolde gooit het roer om

Gepersonaliseerd leren en techniekonderwijs vanaf komend schooljaar

OBS Garmerwolde start komend schooljaar met reeks vernieuwingen. Gepersonaliseerd leren is de grootste verandering. Kinderen krijgen op hun eigen niveau les, maar volgen ook vanaf groep 1 lessen in programmeren en Engels, er wordt gericht aandacht besteed aan ‘pluskinderen’ en er komt ook meer ruimte voor kinderen die het gemiddeld leertempo moeilijker volgen. De nieuw aangestelde directeur Janine Kwanten heeft alles in gang gezet en de ouders en leerkrachten zijn enthousiast. Volgens hen is dit hét voorbeeld van hoe een kleine school daadwerkelijk meer aandacht aan individuele kinderen kan geven.

“Juist op een kleine school is het belangrijk om kinderen op hun eigen niveau les te kunnen geven”

“Het is een landelijke tendens dat er steeds meer ICT gebruikt wordt. In de hele maatschappij, maar dus ook op scholen”, aldus Janine Kwanten, directeur van OBS Garmerwolde. “Door alle ICT-toepassingen die er ontwikkeld worden, ontstaan er steeds meer mogelijkheden om kinderen op maat te bedienen en kinderen vinden het leuk om met computers en laptops te werken.” Kwanten komt uit het Montessori onderwijs en is bekend met vormen van lesgeven waarbij vooral de individuele kinderen centraal staan. “Er zijn zoveel middelen beschikbaar om kinderen op hun eigen niveau te laten presteren. Daar wil ik gebruik van maken. Juist op een kleine school is het belangrijk om kinderen op hun eigen niveau les te kunnen geven.

Individueel

OBS Garmerwolde stapt dus per direct af van de klassieke, klassikale onderwijsmethode. Op een kleine school, met weinig kinderen per groep betekende dat in de praktijk, dat leerkrachten soms drie groepen tegelijk les moeten geven en in een twee-klassensysteem soms vier. Met de klassikale aanpak is het dan ondoenlijk om kinderen op alle verschillende groepsniveaus individueel voldoende aandacht te geven. “Maar die groepssituatie blijft wel degelijk aandacht houden, hoor. Ook in dit nieuwe systeem. Maar daarbinnen kunnen we nu veel beter op het eigen niveau van elk individueel kind werken. De kinderen starten aan het begin van een vakgebied – bijvoorbeeld met de rekendoelen – wel met elkaar, maar al snel gaat het ene kind harder dan het andere. Dat kan per vakgebied weer verschillen. Dat er vier groepen in een klas zitten maakt dus niet uit omdat we niet meer per groep werken maar per kind. Leeftijd doet er nu niet toe.”

Leergesprekken

Belangrijk bij dit nieuwe systeem zijn de leergesprekken tussen de leerkracht en de leerling. Kwanten: “Iedere week spreekt elke leerling met de juf af wat de leerdoelen van die week zijn en die worden ook op de weektaak vermeld. Zijn die taken af, dan kunnen ze weer extra taken doen. Op deze manier is er meer ruimte voor de leerbehoefte van een kind en krijgt het kind minder het gevoel dat iets ‘moet’. Dat motiveert de kinderen heel erg. Ook de leerkracht houdt in de individuele werkwijze goed zicht op waar leerlingen mee bezig zijn en krijgt een compleet beeld van de leerling. Want naast alle digitale data is het natuurlijk van belang om de leerling echt te leren kennen. Wat zijn de interesses, talenten, onderwijsbehoeften en leerstrategieën van de leerling? Door regelmatig leergesprekken te voeren ondersteunen de leerkrachten de leerlingen bij het leerproces en helpen zij de leerlingen keuzes te maken in het leren. Het leren leren. De leerling raakt er meer betrokken door en raakt meer gemotiveerd en dat heeft een positief effect op de leerresultaten. Het levert veel meer informatie op voor de leerkracht ten opzichte van het klassikale lessysteem.”

In de klas zal de sfeer met de nieuwe onderwijsmethode wel wat veranderen, verwacht Kwanten. “Het zal een positieve wending krijgen. In klassikaal onderwijs kunnen kinderen heel competitief zijn. Dat is soms goed, maar het gebeurt ook dat kinderen dan van elkaar antwoorden overnemen om ‘mee te doen’ terwijl ze de stof nog niet helemaal goed begrijpen. De ervaring uit de praktijk bij dit gepersonaliseerd leren is echter dat het competitieve aspect veel minder wordt en dat kinderen elkaar meer gaan helpen. Dan heeft het ene kind de stof al doorgewerkt en helpt dan een ander kind met uitleg van de stof. Ook dat heeft een mooi leereffect.”

Kubusschool

OBS Garmerwolde sluit naadloos aan bij het principe van kubusscholen. “Zo’n school onderscheidt zich door kwalitatief hoogstaand projectonderwijs in het bijzonder gericht op techniek. Het gaat in principe om technasium-onderwijs voor basisscholen. Dat betekent gericht projectonderwijs gericht op talentontwikkeling en ontdekkend en onderzoekend leren. We worden daarvoor het komend jaar ook actief begeleid door speciale onderwijsbegeleiders. Vanaf het schooljaar 2018/2019 gaan we dan gerichte projecten in het kader van de kubusschool oppakken en uitvoeren.” Onderwijskoepel O2G2 uit Groningen herbergt een paar kubusscholen, waaronder bijvoorbeeld OBS Joseph Haydn.

Programmeren

Kinderen op OBS Garmerwolde leren vanaf komen schooljaar vanaf groep 1 programmeren. “We hebben al hele kleine robotjes gebruikt die heel simpel gebruikt kunnen worden voor groep 1. Daarna worden de robots steeds ingewikkelder naar groep 8 toe. Met het programmeren leren kinderen meer in de programmeertaal van nullen en eentjes denken. Dat is heel technisch denken en dat proberen we nu al voor de leerlingen inzichtelijk te maken. De reden voor deze aanpak is dat er in de maatschappij steeds meer vraag komt naar mensen die in technische beroepen werken. Dus als kinderen het leuk vinden, kunnen ze op de basisschool al bekend en vertrouwd worden met deze kennis. Ook zorgt dit voor een betere aansluiting met het voortgezet onderwijs omdat ook steeds meer VO-scholen de komende jaren aandacht aan programmeren gaan besteden. Eigenlijk waren we er al een beetje mee bezig door deelname aan de LegoLeague wedstrijden de afgelopen twee jaar.”

ICT-projecten op school

IturnIT is een klein ICT-bedrijf van een groepje 20-ers die leuke ICT-projecten opzetten en uitvoeren op scholen en OBS Garmerwolde pakt met IturnIT komend schooljaar een aantal projecten op. Kwanten: “IturnIT helpt ons dan om het in goede leerlijnen weg te zetten. Ook krijgen we een 3D Printer. Die printer wordt door de bovenbouw in elkaar gezet en kan dan schoolbreed gebruikt worden. Dat koppelen we aan projecten in het kader van de Kubusschool. Met die printer kunnen we dan ontwerpen maken en printen. Wie weet waar dat allemaal toe kan leiden?”

Gepersonaliseerd leren in het kort:

Het aanbod is gebaseerd op leerdoelen en leerlijnen in plaats van de gebruikelijke lesmethodes. Deze methodes kunnen wel als bronnenmateriaal worden ingezet. ICT (OBS Garmerwolde werkt met Snappet) speelt bij gepersonaliseerd leren een belangrijke rol. De leerkracht is coach en begeleidt het leerproces van de leerlingen. De leerlingen werken zo veel mogelijk aan eigen leerdoelen. Leerkrachten geven hierbij individuele instructie of instructie in kleine niveaugroepjes. Leerlingen leren op eigen tempo en niveau. Er wordt structureel veel door de leerkrachten met de leerlingen gesproken (leergesprekken). Door gepersonaliseerd leren wordt het leerstof-jaarklassensysteem doorbroken.

Personal devices en digitaal leermateriaal

In zowel het basisonderwijs als het voorgezet onderwijs is te zien dat bij vernieuwing die gericht is het personaliseren van het leren men vaak kiest voor een device voor elke leerling. Op OBS Garmerwolde krijgen de leerlingen vanaf groep 4 een ‘personal device’ tot hun beschikking, een 11,6 inch notebook. Ook wordt vanaf groep 4 het digitale leermateriaal van Snappet gebruikt, waarbij
leerdoelen en leeractiviteiten op maat per leerling ingepland kunnen worden. In de groepen 1/3 wordt gebruik gemaakt van iPads ter ondersteuning van het onderwijsleerproces.
Doordat leren steeds meer online, met digitaal leermateriaal, plaatsvindt, wordt ook meer data verzameld. Dit noemt men ‘Learning analytics’: het meten, verzamelen, analyseren en rapporteren van en over data van leerlingen en hun leerproces. Learning analytics kan helpen bij het beantwoorden van vragen als:

  • Wanneer zijn leerlingen klaar om naar het volgende onderwerp te gaan?
  • Wanneer loopt een leerling het meeste risico om uit te vallen?
  • Op welk niveau zit het kind precies?
  • Heeft een leerling extra ondersteuning nodig?

De inzichten die op deze manier worden verkregen zorgen ervoor dat de onderwijstijd effectiever en efficiënter kan worden ingezet. Leerkrachten kunnen meer tijd besteden aan het geven van feedback aan individuele leerlingen en zowel de leerkracht als de leerling hebben meer inzicht in het leerproces.

Lesaanbod ‘pluskinderen’ structureel opgezet

“Ik kijk vooral uit naar de filosofielessen”

OBS Garmerwolde besteedt met ingang van komend schooljaar gericht aandacht aan kinderen die meer aan kunnen dan de gemiddelde leerling: zogenaamde ‘pluskinderen’. “Vanaf groep vier wordt het meestal wel duidelijk. Jongere kinderen zijn moeilijker in te schatten. Bij die groepen kun je vaak wel spreken van een ontwikkelingsvoorsprong, maar dat zegt nog niet alles.”

Leerkracht Annemarie Visscher weet waar ze op moet letten bij de ‘meerbegaafde’ kinderen. “Deze kinderen gaat alles makkelijk af. Dat heeft nadelen, want daardoor hoeven ze hun creativiteit en analytische vermogen minder aan te spreken. Ook leren ze onvoldoende hoe ze moeten leren, volgens planningen of strategieën. Maar het is heel belangrijk dat ze zich op deze punten wel ontwikkelen. Anders komen ze in het voortgezet onderwijs onherroepelijk in de problemen.” Volgens Visscher gaat het bij ‘pluskinderen’ lang niet altijd om kinderen die hoog scoren. “Het gaat ook om kinderen die bijvoorbeeld keurig meedoen met de rest, maar minder gemotiveerd zijn, minder uitgedaagd worden en interesse verliezen. Eigenlijk zijn dat dan juist onderpresteerders. Die kinderen doen dit echt niet opzettelijk, het gebeurt onbewust. Het zijn bijna kameleons. Ze zitten er gewoon tussen en vallen niet direct op. Vaak speelt bij deze kinderen ook nog een sociaal-emotioneel aspect een rol. Zij begrijpen de gedachten van andere kinderen niet en andere kinderen begrijpen hen niet. Inzicht in jezelf leren krijgen en leren omgaan met anderen en leren rekening te houden met anderen zijn dan belangrijke aandachtspunten.”

“Wij stellen een einddoel en zij zoeken uit hoe ze daar komen en wat ze er voor nodig hebben”

Visscher heeft inmiddels acht kinderen vanaf groep 4 tot groep 8 op de korrel die ze graag in de ‘plusklas’ wil hebben en er is nog een aantal twijfelgevallen. “Dat is een aardige groep en dus loont het om daar specifiek en structureel aandacht aan te geven, volgens specifieke richtlijnen en methoden. In de praktijk betekent dat dat we speciale projecten gaan doen. Opdrachten die het creatief denkvermogen van kinderen aanspreken zodat ze leren leren en leren nadenken. Ze moeten er presentaties bij maken en die ook voordragen. We werken dan via de top-down benadering: wij stellen een einddoel en zij zoeken uit hoe ze daar komen en wat ze er voor nodig hebben. In de normale lessen wordt meestal precies andersom gewerkt. Ook wil ik aandacht geven aan denksporten zoals dammen en schaken zodat de leerlingen strategisch en oplossingsgericht leren denken. En ik verheug me ook heel erg op de lessen filosofie, ter bevordering van hun emotionele en sociale vaardigheden. Allerlei onderwerpen kunnen we daar bespreken; maatschappelijke onderwerpen of wat er bij hun in de buurt is gebeurd, of iets ‘simpels’ zoals ’wat was er eerder? De kip of het ei’? De leerlingen leren zelf nadenken en discussiëren en beargumenteren. Ze leren dat andere kinderen anders denken en ook andere ‘waarheden’ kennen. Ik zie erg uit naar die discussies!”
De plusklas komt een dagdeel per week bijeen. “Maar ik volg de rest van de week ook hoe de kinderen het in de normale lessen doen en hoe ze zich daar ontwikkelen. Daar kan ik in de plusklas weer bij aansluiten en zo houd ik de voortgang van alle kinderen goed in de gaten.”